Bewegingsopbouw van de jonge flatcoat

De kleine Flatcoatpup maakt in zijn eerste levensjaar een stormachtige ontwikkeling door.

Van een doof en blind reflexmatig reagerend wezentje wordt het een alerte en aanhankelijke kameraad voor ons en ons gezin. Van mini-hondje, passend in de palm van onze hand groeit hij uit tot een ferme retriever van een behoorlijk formaat. Vaak gaat die spectaculaire groei aan onszelf voorbij terwijl mensen die de pup niet dagelijks zien, zich verbazen over de snelle verandering van pup naar jonge hond.

Het is belangrijk om bij die groeispurt stil te staan. De groei is een kwetsbaar proces. Bij de jonge hond groeien de botten in een super korte tijd  enorm in de lengte. Bepaalde botdelen zijn bij jonge honden nog van zacht  kraakbeen en deze moeten zich nog tot bot verharden. Dit is een proces waarbij de botten van de nog opgroeiende jonge hond heel kwetsbaar zijn. Spieren hebben zich nog nauwelijks kunnen ontwikkelen en ook de gewrichten zijn nog aan verandering onderhevig. De opbouw van het bot en de spieren moet dan ook met de grootst mogelijke zorg met veel beleid en heel veel voorzichtigheid gebeuren. Je kunt in het eerste jaar niet voorzichtig genoeg zijn. 

In het eerste levensjaar zijn verantwoorde voeding, veel rust, dus ook gedoseerde beweging van groot belang. Als er met één of meerdere van deze aspecten iets flink fout gaat, kan de jonge hond blessures oplopen, die voor de rest van zijn leven als volwassen hond problemen kunnen opleveren, zoals bijvoorbeeld heupdysplasie. Natuurlijk kan erfelijke aanleg hierbij ook een rol spelen. Maar denk eraan: verkeerd voer, overvoeren, zelfs een klein beetje te veel is slecht, en te veel beweging in het eerste jaar kan de hond voor zijn hele leven een botafwijking bezorgen. Daar heeft erfelijkheid weinig of niets mee te maken maar verkeerde opgroei alles. In huis zijn gladde vloeren voor de pup/ jonge hond ook funest. Het is belangrijk dat de pup niet bij iedere stap die hij doet uitglijdt. Is er in de woonkamer een parketvloer of laminaat of erg gladde plavuizen, zorg dan voor vloerkleed  “eilanden” zodat de pup niet de hele kamer door schiet als hij loopt of rent. Een goedkoop alternatief zijn voortent kleden. Deze zijn per meter te koop bij alle campingwinkels. Het prettige hiervan is dat het machinewasbaar is. Is de hond een jaar oud dan is het niet meer nodig om het grootste deel van de kamervloer met kleden te bedekken. Uitglijden blijft natuurlijk altijd verkeerd. Probeer dus allerlei ren en vlieg spelletjes in huis te vermijden. Spelen en rennen doe je met de hond het veiligst buiten. De hond leert dan ook binnenshuis rustig te zijn. Dat is wel zo handig. Moraal van dit verhaal: zowel bij de maaltijden als de wandelingen en in huis: Wees wijs en over doseer nooit.

Tot en met de leeftijd van 6 maanden is het verstandig om het schema aan te houden. 

8   -   9  weken:  niet langer dan 10 minuten per wandeling.
9   -  11 weken:  niet langer dan 15 minuten per wandeling
11  -  16 weken:  20 minuten per wandeling
16 weken  - 5 maanden:  25 minuten per wandeling
5 -  6  maanden:  30 minuten per wandeling.

De tijdsindeling komt misschien streng over maar in de praktijk valt dat wel mee. Houd je echt aan het schema, ook al lijkt het overdreven. Een pup gaat altijd door en lijkt nergens last van te hebben. De pup overvragen is schadelijk dus verkeerd. De wandelingen gebeuren, afhankelijk van het terrein, los of aan de lijn. Een hond moet echter iedere dag wel los kunnen lopen om lekker vrij te bewegen. Aan de lijn is een hond nooit echt vrij om te doen wat hij wil en te snuffelen waar het interessant is. Dit loslopen, mag natuurlijk alleen in een gebied waar het veilig is, zonder verkeer. Regelmatig  laten spelen met een andere voorzichtige hond, omdat dit zo belangrijk is voor de socialisatie, is belangrijk. Houdt ook dan die tijd in de gaten. Het mag niet zo zijn dat de pup speelt om “lekker moe” te worden. Dat is misschien wel makkelijk voor de baas vanwege het gevloerd zijn van de pup na het spelen, maar wel fataal voor zijn botten en spieropbouw. Let op dat de speelkameraad een vriendelijke, rustige hond is en geen onbesuisde puber die van veel te wilde spelletjes houdt. Wild spelen met een andere hond tot hij van vermoeidheid om valt is echt uit den boze en mag nooit. Lekker ergens gaan zitten met de pup/ jonge hond en deze een beetje rond laten scharrelen is altijd prima. Hierbij doet de hond ook heel veel ervaring op.  En geloof me er is niets leukers dan kijken naar wat je hond doet. Zonder dat je als mens je ermee bemoeit.

Zelf spelen met de pup is ook heerlijk. Maar pas op voor pijnlijke glijpartijen op een gladde ondergrond of zware inspanningen in mul zand. Het gooien met stokken en ballen is zéér slecht en moet zéker het eerste jaar absoluut verboden worden! Leer de hond af om met een stok rond te hollen. Er gebeuren vaak nare ongevallen met een stok die de hond veel schade kunnen berokkenen. Een stok kan makkelijk verkeerd in de keel van de hond schieten. De ramp is niet te overzien de gevolgen zijn echt vreselijk. Het als maar achter een bal aan mogen rennen geeft te veel foute snelle bewegingen op het nog niet uitgeharde skelet van de jonge hond. Dit kan voor de toekomst van de hond de meest nare gevolgen hebben. Een pup weet meestal niet van ophouden en speelt door tot hij er bij neer valt. Denk eraan: ook voor een slungelige jonge hond  tussen de 6 maanden en 1 jaar is dit ten sterkste af te raden. Stukjes kraakbeen kunnen losscheuren en in gewrichten voor pijn en slijtage zorgen. Overbelasting kan een gewricht van vorm doen veranderen en voor pijnlijke botwoekeringen zorgen, waar weinig meer aan te doen valt. Dit heeft dan niets met erfelijke aanleg maar alles met verkeerde beweging te maken!

Voldoende rust is voor een jonge hond onontbeerlijk. Geeft ze een vaste plek,  een bench is hiervoor geschikt, en leer kinderen dat ze de hond altijd met rust laten als hij op die plek ligt.

Zwemmen is goed om de spieren stevig te maken en mag in principe vanaf 12 weken als alle entingen zijn gegeven. Zoek een plekje waar de pup gemakkelijk in en uit het water kan lopen en dwing hem niet. Meegaan met een volwassen hond is een goede stimulans; vóórdat hij het beseft zwemt de jonge hond met de volwassen hond mee. Als baas mee het water instappen kan voor de pup ook een goede aanmoediging zijn. Neem rustig de tijd om hem aan het water te laten wennen. Als hij echt vertrouwd is met het water kun je hem uitlokken om kleine stukjes te zwemmen. Voor je het weet heb je een echte waterrat, die je lastiger uit dan in het water houdt.

Over het tijdstip waarop met de hond gefietst kan worden zijn de meningen verdeeld. Houdt voor de zekerheid de leeftijd van 1 jaar aan. Rond die tijd is de hond in staat zich al iets langer te concentreren op hetgeen waar hij mee bezig is en kan hij dus ook leren om rechts naast de fiets te lopen ( in plaats van ervóór) in een rustige draf. Laat de hond niet galopperen, want dat geeft te grote “klappen”  op spieren en gewrichten. Een rustige regelmatige draf op een egale stevige ondergrond kan juist een positieve bijdrage leveren aan de lichamelijke ontwikkeling.

Er zijn dus heel veel beperkingen het eerste jaar. Die heerlijke  lange wandelingen waarop je je verheugd had zijn dus echt nog lang niet aan de orde. Het belang van deze  beperking is niet voor niets. Schade aan heupen, knieën en/of ellebogen kan veel pijn en hinder veroorzaken, die de hond mogelijk de rest van zijn leven kan blijven ondervinden.

Neem daarom het advies van de fokker serieus: heb geduld, doe voorzichtig en geniet van uw pup! Stel je enthousiasme om veel en lang te wandelen gewoon een jaartje uit. Geef de hond na dat jaar alle beweging die hij dan juist heel hard nodig heeft. Dit zijn dus heerlijke lange wandelingen, en dat iedere dag, door weer en wind; is dat niet fantastisch !!! 

FRC BC 2015